Cagliari, dé onderschatte hoofdstad van Sardinië

Cagliari, hoofdstad van Sardinië, wordt door de meeste reizigers vooral gezien als aankomstpunt: het vliegveld of de veerbootterminal waarna de "echte" vakantie langs de kust begint. Wie in de stad zelf blijft hangen, ontdekt iets anders. Cagliari ligt aan de Golfo degli Angeli, is gebouwd op een reeks heuvels. Italianen vergelijken de stad daarom wel eens met Rome, al is Cagliari veel kleiner en compacter en heeft een geschiedenis die door Feniciërs, Romeinen, Pisanen, Spanjaarden en uiteindelijk het huis Savoye is vormgegeven.

Die geschiedenis heeft de stad opgedeeld in vier historische wijken die ieder een eigen sfeer hebben. Wie Cagliari wil begrijpen, begint daar.

Castello: de wijk die de stad haar bijnaam gaf

Bovenop de hoogste heuvel ligt Castello, de ommuurde vestingwijk waaraan Cagliari haar lokale bijnaam ontleent: Casteddu, kasteel in het Sardijns. De Pisanen bouwden hier in de dertiende eeuw twee verdedigingstorens, de Torre dell'Elefante en de Torre di San Pancrazio, die nog altijd over de stad uitkijken. Smalle straatjes, de kathedraal van Santa Maria en een aaneenschakeling van uitkijkpunten over de golf maken Castello de wijk waar de gelaagde geschiedenis van Cagliari het meest tastbaar is.

Marina: het kloppende hart van de stad

Onder aan de heuvel, tussen Castello en de haven, ligt Marina. Ooit de wijk van vissers en dokwerkers, nu vol smalle straatjes met kleurrijke gevels, kleine winkels en eettentjes. Marina is de wijk waar Cagliari het meest naar buiten treedt: terrasjes tot laat open, muziek uit deuropeningen, en een wandelpromenade langs de haven waar cruiseschepen en vissersboten naast elkaar aanmeren.

Stampace en Villanova

Aan de andere kant van Castello ligt Stampace, van oudsher de wijk van ambachtslieden, met werkplaatsen en kleine kerken verspreid tussen woonhuizen. Villanova, aan de oostkant, is rustiger en overwegend residentieel. Hier vind je de buurtmarkten en bakkerijen waar Cagliaritani zelf boodschappen doen, zonder toeristische aankleding. Samen laten deze twee wijken zien dat Cagliari meer is dan het historische centrum: het is ook gewoon een stad waar mensen wonen en werken.

Drieduizend jaar geschiedenis onder je voeten

Onder en naast de moderne stad ligt gelaagde geschiedenis die in Cagliari zelden ver weg is. Op de heuvel van Tuvixeddu, aan de rand van het centrum, ligt de grootste Fenicisch-Punische necropolis van het westelijke Middellandse Zeegebied: honderden rotsgraven uit de zesde eeuw voor Christus, midden tussen kantoorgebouwen en appartementencomplexen. Iets verderop, in de wijk Castello, liggen de resten van een Romeins amfitheater waar tot in de tweede eeuw na Christus gladiatorengevechten werden gehouden en waar 's zomers nog altijd voorstellingen plaatsvinden. Waar veel Italiaanse steden hun oudheid achter een museumvitrine bewaren, ligt die van Cagliari gewoon tussen de bushaltes.

 Mercato di San Benedetto

Wie wil zien waar de stad haar identiteit vandaan haalt, moet naar de Mercato di San Benedetto, een van de grootste overdekte markten van Italië. Beneden verkopen vishandelaren tonijn, zeebaars en de grijze harder waarvan bottarga wordt gemaakt; boven liggen kramen vol groenten uit de Campidano-vlakte, kazen en worst uit het binnenland. De markt is geen toeristische attractie, maar een dagelijkse gewoonte en precies daarom een van de eerlijkste plekken om te zien hoe Cagliari eet.

Van Poetto tot de Molentargius-zoutmeren

Ongebruikelijk voor een hoofdstad: Cagliari heeft een kilometers lang zandstrand, Poetto, dat direct aan de stad grenst en 's zomers vol ligt met inwoners na werktijd. Nog opvallender is Molentargius, een voormalig zoutwinningsgebied dat nu een beschermd wetland is, middenin de stad, waar kolonies flamingo's overwinteren op een steenworp afstand van kantoorgebouwen en appartementen. Die combinatie van stad en wildernis is iets wat weinig andere Italiaanse hoofdsteden kunnen bieden.

Het Sant'Efisio feest

Elk jaar op 1 mei trekt de Sagra di Sant'Efisio door de straten van Cagliari: een eeuwenoude processie ter ere van de stadspatroon, waarbij deelnemers uit dorpen van heel Sardinië in traditionele streekdracht meelopen, sommigen te voet over tientallen kilometers. Het feest bestaat al sinds 1657 en trekt bezoekers uit de hele regio. Voor wie denkt dat Sardinië alleen om de kustlijn draait, is Sant'Efisio een herinnering dat de binnenlandse tradities minstens zo levend zijn.

Cagliari spreekt eigenlijk twee talen

Op straatnaambordjes in Castello staat vaak niet één, maar twee namen: de Italiaanse en de Sardijnse, in het Campidanees, het dialect van Zuid-Sardinië. Sardijns wordt door de Unesco erkend als een aparte taal, geen dialect van het Italiaans, met eigen woorden voor alledaagse dingen zo heet Cagliari in het Campidanees niet Cagliari, maar Casteddu, dezelfde naam die de wijk op de heuvel draagt. Voor oudere generaties in de wijken Villanova en Stampace is Campidanees nog altijd de taal die thuis wordt gesproken, terwijl jongere Cagliaritani vooral Italiaans gebruiken. Die spanning tussen twee talen zegt iets over hoe de stad zich verhoudt tot de rest van Italië: verbonden, maar met een eigen identiteit die niet zomaar oplost.

Regionale specialiteiten die de stad typeren

Cagliari kookt met wat de zee en het achterland samen opleveren. Een paar gerechten kom je er structureel tegen:

  • Malloreddus alla campidanese: kleine geribbelde pasta met tomatensaus, Sardijnse worst en een snuf saffraan uit het nabijgelegen San Gavino Monreale.
  • Culurgiones: gevulde deegzakjes met aardappel, pecorino en munt, dichtgevouwen in een patroon dat aan een aar graan doet denken.
  • Fregola con arselle: geroosterde griesmeelparels gestoofd met kleine strandschelpen, een gerecht dat direct verraadt dat je in een havenstad zit.
  • Pane carasau: het flinterdunne herdersbrood dat ooit weken houdbaar moest blijven tijdens het hoeden van schapen in de bergen.

Ingrediënten die je terugziet in de Cagliaritaanse keuken

Een paar ingrediënten duiken telkens weer op, en verklaren meteen waarom de keuken van Cagliari zo'n eigen karakter heeft: bottarga di muggine (gezouten en gedroogde kuit van de grijze harder, geraspt over pasta), pecorino sardo DOP (milder dan de bekendere pecorino romano), saffraan uit San Gavino Monreale (met de hand geoogst en daardoor een van de duurste ter wereld), en mirto, een likeur van mirtebessen die doorgaans als afsluiter van de maaltijd wordt geschonken. Het zijn geen toevallige keuzes, maar het resultaat van een economie die eeuwenlang draaide op schapenhouderij en visserij.

Wie deze gerechten liever aan de eigen tafel zet dan er zelf voor af te reizen, vindt bij Ciao Beni dezelfde basisingrediënten terug. Opgezet door Beni met wortels in het Sardijnse binnenland.

Veelgestelde vragen over Cagliari

Waar staat Cagliari om bekend? Cagliari is de hoofdstad van Sardinië en staat bekend om haar historische wijk Castello, de markt van San Benedetto, het strand Poetto vlak bij het centrum en de jaarlijkse Sant'Efisio-processie.

Is Cagliari de hoofdstad van Sardinië? Ja, Cagliari is zowel de hoofdstad van het eiland Sardinië als van de gelijknamige provincie, en met ruim 150.000 inwoners de grootste stad van het eiland.

Wat betekent de bijnaam "Casteddu"? Casteddu is Sardijns voor "kasteel" en verwijst naar Castello, de ommuurde vestingwijk boven op de heuvel die het historische hart van Cagliari vormt.

Wat kun je het beste bezoeken in Cagliari? Naast de wijk Castello met haar Pisaanse torens zijn de Mercato di San Benedetto, het strand Poetto en het wetland Molentargius met zijn flamingo's aanraders die veel bezoekers missen.

Wat eet men doorgaans in Cagliari? Typerende gerechten zijn malloreddus alla campidanese, culurgiones en fregola con arselle, vaak bereid met lokale ingrediënten als pecorino sardo, bottarga en saffraan uit het nabijgelegen San Gavino Monreale.

Spreekt men in Cagliari Italiaans of Sardijns? Beide: het officiële Italiaans wordt overal gesproken en verstaan, maar veel inwoners groeien op met het Campidanees, het Sardijnse dialect van de regio rond Cagliari, dat door de Unesco als aparte taal wordt erkend.

Terug naar blog